U bent hier

Governance

Governance

Minder government, meer governance

Een complexer wordende wereld met hardnekkige en weerbarstige problemen vraagt om een multidisciplinaire aanpak. Om samenwerken in netwerken. Om een open relatie met veld en burgerorganisaties. Om meer gedeeld probleemeigenaarschap. Hoe maak je die beweging?

 

Elke werkdag worden er in Nederland gemiddeld dertig vechtscheidingen voor de rechter uitgevochten. En dat aantal neemt toe. Ze duren vaak jaren en zijn voor alle betrokkenen financieel en emotioneel slopend. Bij vechtscheidingen zijn jaarlijks ruim 5.000 kinderen betrokken. Zij hebben hebben vaak ernstig te lijden onder de strijd over gezag, omgang en verblijfplaats. Vechtscheidingen leggen ook een groot beslag op de rechtsspraak.
Wat kun je daaraan doen?

De Raad voor Rechtsbijstand bekostigt sinds begin 2015 een pilot bij de rechtbank Breda waarbij psychologen en orthopedagogen optreden als bijzonder curator bij vechtscheidingen. VenJ heeft daarvoor de regels tijdelijk aangepast. De bijzonder curator behartigt specifiek de belangen van het kind. De verwachting is dat gedragsdeskundigen dat beter kunnen dan advocaten, die tot nu toe werden benoemd tot bijzonder curator. 

De cijfers over 2015:

  • 36.000 echtscheidingsprocedures bij de rechter.
  • 5.200 ouders liggen in vechtscheiding.
  • 1.100 beschermingsonderzoeken voor kinderen met problemen.
  • 872 kinderen onder toezicht geplaatst (gezinsvoogd).
  • 3.200 ouders in hoger beroep.
  • 2.000 verwijzingen naar mediation. (bron: divorcechallenge.nl)

Als bijzonder curator maak je in opdracht van de rechter een diagnose van de gezinssituatie. Dat doe je op basis van gesprekken met alle betrokkenen. In je rapport beveel je vervolgstappen aan. Op basis daarvan schrijft de rechter een beschikking. Bijvoorbeeld dat het gezin contact moet zoeken met hulpinstellingen als Jeugdzorg of Kind in de Knel.

De pilot sluit aan bij ‘Divorce challenge’ – een programma waarmee VenJ samen met alle betrokkenen zoekt naar nieuwe oplossingen voor vechtscheidingen. Zo is er een platform - divorcechallenge.nl - dat bezoekers uitdaagt om goede ideeën aan te dragen die helpen vechtscheidingen te voorkomen. 

‘Het goede aan deze aanpak is dat je de gezinsleden in de diagnose betrekt’, vertelt bijzonder curator Liesbeth Klaver, orthopedagoog en filosoof, en deelnemer aan de pilot. ‘Ouders herkennen de patronen waarin ze verstrikt zijn geraakt. Ze worden zich bewust van de situatie van het kind. Daardoor kan de relatie verbeteren. Een vechtscheiding wordt zo soms omgebogen naar een vreedzame oplossing.’

VenJ wil af van de reflex om ‘alles zelf te doen’. Niet alleen als het gaat om het terugdringen van het aantal vechtscheidingen. Ook als het gaat om hoe vluchtelingen goed integreren in de samenleving. Of bij het aanpakken van parallelle samenlevingen, waarin hele families, wijken en generaties een crimineel en afgezonderd leven leiden.

Het zijn hardnekkige problemen en systemen die van VenJ een opener, meer coöperatieve en productieve relatie met het veld en de ‘civil society’ vragen. Het ministerie zoekt naar nieuwe spelers die goed aansluiten op nieuwe aandachtsgebieden. Dat betekent: anderen uitnodigen om (mede)probleemeigenaar te worden. Het exclusiviteitsdenken – ‘wij gaan hierover’ – loslaten. Minder government - topdown beleid voeren. Meer governance – samenwerken in netwerken.  

Platform Opnieuw Thuis is een samenwerkingsverband van het Rijk, VNG, IPO, COA en Aedes. Opnieuw Thuis ondersteunt gemeenten en corporaties met het huisvesten van vluchtelingen met een verblijfsvergunning.

 

VenJ werkt in het aanpakken van criminele parallelle werelden samen met gemeenten, Belastingdienst en FIOD.  

 

Dat heeft consequenties. Als beleid en uitvoering een kwestie worden van ‘co-productie’ en ‘co-creatie’, krijgen ook anderen (meer) invloed op het handelen van VenJ. Dat kan spanningen veroorzaken. Bijvoorbeeld in de hiërarchie die nodig is om goed te sturen en verantwoording af te leggen. Ook hebben het ministerie en organisaties in het VenJ-landschap nogal eens een bijzondere rol, die onafhankelijkheid, distantie of ‘controle’ vergt. De invloed van anderen toelaten kan daarmee strijdig zijn.

Voor VenJ betekent de ‘governance’-uitdaging dus ook dat het ministerie het ‘eigene’ van zijn rol en positie telkens opnieuw zal moeten ‘uitvinden’, zegt Martijn van der Steen, bijzonder hoogleraar en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

Van der Steen: ‘Daarvoor bestaat geen standaard recept. Er is geen lijst van onderwerpen die zich per definitie wel of niet lenen voor samenwerking met de samenleving. De verhouding tussen VenJ en de samenleving verschilt per onderwerp. Dus: stel het vraagstuk centraal en kijk dan welke ‘governance’ goed past. Eerst: wat speelt er? Vervolgens: wat zijn potentiële partners om gezamenlijk op te trekken. Of wie zijn er wellicht al bezig? En natuurlijk ook: welke voorkeuren hebben we zelf en wat zijn de politieke randvoorwaarden waarbinnen we bewegen?' 

Hij vervolgt: 'Daarna zoek je de verbinding. Niet met een bevel of verordening, maar door aan te sluiten bij de intrinsieke motivatie van anderen en te zoeken naar hoe je elkaar kunt versterken. Die beweging naar meer ‘governance’ is noodzakelijk, Enerzijds omdat de overheid het simpelweg niet meer allemaal zelf kan. Anderzijds omdat er enorm veel beweging is van onderop. Mensen willen zelf een rol spelen, maatschappelijk engagement omzetten in daden. En dat gebeurt in alle lagen van de bevolking. VenJ moet dus telkens de balans vinden tussen pragmatiek enerzijds, en regels, wetten, kaders en procedures anderzijds. De kernwaarden van VenJ verdwijnen daarmee niet - dat zou ook raar zijn. Wel vraagt ‘governance’ om nieuwe verbindingen met de samenleving, waarin die kernwaarden soms een andere invulling krijgen.’ 

Martijn van der Steen is adjunct-directeur van de NSOB en bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij onderzoekt overheidssturing in netwerken, toekomstgerichte beleidsontwikkeling, vernieuwing van het overheidsbestuur en de invloed van media en beeldvorming op het openbaar bestuur.