Justice - vraag 2

Rechtsorde en rechtsstaat zijn de pijlers onder een rechtvaardige samenleving. Hoe maken we van deze abstracte begrippen (weer) levende praktijk?

Reacties

De basis hiervoor ligt bij de huidige politieke partijen in o.a. de tweede kamer , die moeten goed luisteren naar signalen uit de samenleving.

Rechtsorde en rechtsstaat zijn de pijlers onder een rechtvaardige samenleving. Werkzaam bij de reclassering steek je soms veel tijd in het toelichten van de verschillen tussen Recht en Rechtvaardigheid. Recht is iets wat in wetboeken staat en rechtvaardigheid is iets waar veel mensen een redelijk duidelijk, intern kompas voor hebben. Maar hoewel zij beiden het woord recht bevatten is er een groot verschil tussen deze twee. Zonder recht is er geen samenleving mogelijk maar als dit botst met het rechtvaardigheidsgevoel van de mensen verlies je de verbinding met elkaar. Bedreigingen die worden geuit maar die juridisch geen mogelijkheid geven in te grijpen voor dat er daadwerkelijk iets is gebeurd. Rellende jongeren die onder het mom van vrijheid van meningsuiting de vrijheid van anderen aantasten door hen te belemmeren of te intimideren. Belasting ontduiking door bedrijven, die hier ook mee wegkomen. Recent, iemand krijgt 9 jaar gevangenisstraf voor het opblazen van oudheden, (hoe verwerpelijk dan ook) en iemand anders krijgt 10 jaar met TBS voor het doodschieten van een ex relatie. Het verschil is te groot van wat recht heet en wat als rechtvaardig wordt ervaren. Na 26 jaar reclassering zal ik mijn omgeving met een gekleurde bril bekijken. Ik denk dat er sprake is van beroepsdeformatie. De verbinding maken zal tijd en aandacht kosten. Eerst een keuze maken als je vindt dat de twee begrippen uit elkaar zijn gegroeid. Daarna pas nadenken over hoe je deze twee begrippen weer dichter bij elkaar kunt brengen.

Dank, Petra. Wat vind jij? Zijn de twee begrippen uit elkaar gegroeid? Is dat erg?

Heb het discussiestuk gelezen en stoorde me nogal aan het tekort aan definiëring en zelfreflectie. Iedereen neemt graag begrippen als rechtstaat, rechtvaardigheid, democratie, veiligheid, vrijheid en weet ik niet al in de mond, maar ze vermijden daarbij angstvallig aan te geven wat daarmee bedoeld wordt. Dit maakt een discussie bij voorbaat al een nutteloze onderneming. Vanzelfsprekend is dat overheid eigen: beroepsvergaderaars (op kosten van de samenleving!) zonder heldere vertrekpunten en doelstellingen. Alleen al de definiëring van 'rechtstaat' dat gemakshalve wordt omschreven als 'de heerschappij van het recht.' Wat moet je daarmee? Als 'recht' opgevat wordt als een stelsel van wetten en regels, valt iedere staatsvorm daaronder; van de meest verschrikkelijk dictatuur tot de utopisch verlichte staat. Zo'n diffuse rechtstaat valt niet te verdedigen laat staan om er over te discussiëren.

Een definitie zou zijn: het stelsel van afspraken. vervat in wetten en regels tussen overheid en burgers, waarbij de bescherming van de burger tegen die overheid (macht corrumpeert immers altijd) vooropstaat. Wanneer men deze definitie als uitgangspunt neemt, is men nog niet toe aan een toekomstvisie, maar zal men eerst alle zeilen bij moeten zetten om aan deze definitie te voldoen. Wie immers de media, de tweede kamer, vakliteratuur en criticasters goed volgt, weet dat de overheid structureel en op vele fronten de gemaakte afspraken niet nakomt. Daarmee wordt, zoals dat zo mooi heet, de rechtstaat geweld aangedaan en toont de Nederlandse overheid zich simpelweg als een onbetrouwbaar instituut. Hieruit volgt, dat los van geweldtoepassing als ultiem middel, de overheid zijn zeggenschap heeft verloren burgers de les te lezen; laat Mattheus 7 dan hier een wijze les zijn.

Ook zo'n ongedefinieerd, en daardoor dus niet voor discussie vatbaar begrip is 'vrijheid'. Echte vrijheid is naar mijn mening bijvoorbeeld niet de keus tussen banken of zorgverzekeraars onderling (dat is enkel volksverlakkerij, lood om oud ijzer, gerommel in de marge), maar tussen geen bank of wel een bank; geen verzekering of wel een verzekering; geen bestuur of wel bestuur etc. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat het ophangen van camera's in de openbare ruimte het de (onbewuste) bewegingsvrijheid van mensen aantast. Het is dus blijkbaar niet die vorm van vrijheid die justitie wil verdedigen. Welke dan wel? Deze week hoorden we een politicus een pleidooi houden voor ultieme meningsvrijheid ten koste van wie of wat ook, hij sprak namens het volk, hoewel mij geen toestemming is gevraagd dat in mijn geval ook te doen. Dat heet vrijheid. Tegelijkertijd lees je dat er wetgeving zit aan te komen die gezichtsbedekkende kleding wil verbieden. Het liberale (dat ooit voor vrijheid stond) standpunt focust zich dan wel op dat klein handjevol moslims dat met kleding het daglicht schuwt, maar ik zie al een bonnenregen (kassa! daar draait het in liberaal Nederland immers om) voor pizzabezorgers die opgejaagd door de baas geen tijd hebben de helm af te nemen bij de bezorging of voor mensen die in de vrieskou op straat sjaal en muts diep over hun hoofd trekken (hoho, meneertje, o pardon mevrouw, u bent nu niet identificeerbaar voor onze surveillance camera's).
Kortom, in mijn optiek zijn de genoemde begrippen allang verworden tot een farce en daarmee trek ik ook de oprechtheid van dit initiatief in twijfel. Of het moet zo zijn, dat V&J eieren voor haar geld kiest en eveneens op de opportunistische trein wil stappen. Dat zou het gemis aan definiëring verklaren, dan heeft V&J die verdedigingswaardige begrippen (in de definities die ik er dan zelf aan geef) al eerder dan mij doodverklaard.