• Een veilige en rechtvaardige 21ste eeuw - hoe zie jij die voor je?
  • Justice
  • Governance
  • Smart
  • Veerkracht
  • Globalisering

Als ministerie van Veiligheid en Justitie zijn we op zoek naar nieuwe visie en nieuwe vormen

Dagelijks ervaren we hoe de wereld snel en ingrijpend verandert. Maatschappelijke vraagstukken raken steeds meer vervlochten met elkaar. Criminaliteit is grensoverschrijdend geworden en ‘slimmer’ georganiseerd. Migratie en integratie spelen een hoofdrol op lokaal, nationaal, Europees en mondiaal niveau. Burgers worden kritischer op de overheid en willen meer zelf bepalen en doen. 

In deze veranderende wereld is de Nederlandse rechtsstaat bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Strikt de wettelijke taken uitvoeren voldoet niet meer. Maar hoe moet het dan wel? Hoe werken we samen in netwerkverband? Hoe nemen we deel in de zich explosief ontwikkelende smart society? Hoe geven we recht, weerbaarheid en veerkracht opnieuw vorm in een instabiele leefwereld?

Justice

Naleven moet lonen

De rechtsorde prevaleert nog altijd. Maar de regels naleven, wordt minder vanzelfsprekend. Rechtsorde en rechtsstaat zijn de pijlers van waar het ons in essentie om gaat: rechtvaardigheid voor iedereen. Hoe brengen we deze abstracte begrippen tot leven voor zowel burgers als bestuurders?

 

Je zou het niet altijd zeggen maar het vertrouwen van de Nederlandse burger in het eigen rechtssysteem, politie en rechtspraak is relatief groot. Sterker nog: het Sociaal Cultureel Planbureau concludeerde begin dit jaar dat de rechtspraak het enige instituut is waarin Nederlanders een stijgend vertrouwen hebben.

Maar er bestaan meerdere ‘werkelijkheden’. Zo bestaat er ook grote onvrede over het handhavingstekort dat burgers direct treft. In de volksmond: ‘Verkeersboetes uitdelen kunnen ze heel goed, maar woninginbraken, straatroven, oplichting en fraude voorkomen of oplossen, ho maar’.

Het Sociaal Cultureel Planbureau onderzoekt sinds 2008 periodiek het vertrouwen van Nederlanders in zeven instituten: televisie, kranten, Rechtspraak, grote ondernemingen, vakbonden, Tweede Kamer en regering. Alleen de Rechtspraak blijkt te kunnen rekenen op een trendmatige toename van vertrouwen.

'Mensen ergeren zich ook aan de witteboordencriminaliteit en het onethische zoeken naar de mazen in de wet door bedrijven', zegt Judith van Erp, hoogleraar Publieke Instituties aan de Universiteit Utrecht. 'Het Liborschandaal, de belastingontwijking zoals onthuld in de Panama papers - het is gesjoemel waar weinig meer op volgt dan een paar boetes door de bestuursrechter en nog wat meer regulering en toezicht. Dat is gewoon niet uit te leggen. Het leidt tot maatschappelijke onvrede en werkt ondermijnend voor de rechtsstaat. Wil je tegemoetkomen aan het rechtvaardigheidsgevoel van de burger, dan moet je ook deze criminelen strafrechtelijk vervolgen.' 

Het handhavingstekort voedt niet alleen de gedachte dat het recht niet regeert, maar ook dat niet-naleving loont. Hierdoor ontstaat een onbedoelde legitimering om het zelf ook niet zo nauw te nemen met regels die minder goed uitkomen. Het handhavingstekort moet dus worden teruggebracht. In de perceptie van de burger én in de feitelijke naleving van regels.

Judith van Erp bekleedt de leerstoel ‘Public Institutions’ aan de Universiteit Utrecht. Met haar onderzoek naar toezicth op ondernemingen in de context van globalisering, wil ze bijdragen aan betere preventie van organisatiecriminaliteit. Van Erp onderzoekt nieuwe vormen van maatschappeljjke controle, en samenwerking tussen publieke en private toezichthouders. 

We werken daaraan door bijvoorbeeld in te zetten op intensiever slachtofferbeleid. Vanuit de gedachte dat ‘je er toch nooit meer iets over hoort’ wordt van veel criminaliteit géén aangifte gedaan. Daardoor loopt de politie veel aangiftes mis. Slachtofferhulp Nederland probeert mensen, met name op het gebied van zedendelicten, over te halen om toch aangifte te doen.  

Voor de gemiddelde burger is een rechtvaardige rechtsstaat een staat waarin misdaad niet loont en regelovertreders een passende straf krijgen. Het is een slechte zaak als burgers het recht ervaren als een instrument dat niet voor hen werkt, maar wel voor ‘de staat’ of ‘de elite’.

Het volstaat dus niet om de samenleving uitsluitend een pakket aan regels, wetten, rechten en procedures voor te schotelen. De burger heeft behoefte aan toegankelijke en neutrale informatie. Hij wil weten wat wel en wat niet werkt in bepaalde procedures. Hij wil weten welke oplossingsrichtingen er zijn, en wat hij aan uitkomsten kan verwachten.

Op de site van Slachtofferhulp en via andere sociale mediakanalen van de organisatie kun je anoniem en gratis terecht.

Digitalisering, de groei van interactieve platforms en een meer open juridische dienstenmarkt waarin prijzen en kwaliteit transparanter zijn, kunnen daarbij helpen. Hier ligt een kans om, door middel van goede voorlichting en begeleiding, te zorgen dat het recht van en voor iedereen is.  

VenJ ondersteunt het Juridisch Loket, dat eerste hulp geeft bij juridische vragen - bijvoorbeeld over ontslag, echtscheiding of de huur.

‘Het bewustzijn van wat en hoe het is om te leven in een goed functionerende rechtsstaat, vereist permanent onderhoud en activering’, zegt ProDemos-directeur Eddy Habben Jansen. De komende tijd wil Habben Jansen scholieren en studenten niet alleen intensiever voorlichten over het hoe recht werkt, maar hen ook vaker rechtbankzittingen laten bijwonen. ‘Het maakt enorm uit als je met eigen ogen ziet hoe een rechtszaak in z’n werk gaat. Mensen die aanvankelijk een negatief beeld hadden, stellen dat na zo’n bezoek vaak bij.’ ProDemos is een van de initiatieven die in de samenleving het gesprek en de discussie over onze kernwaarden bevorderen.  

In een maatschappij die steeds diverser wordt, is dat permanente gesprek noodzakelijk. Daarin verdienen de meest precaire groepen bijzondere aandacht. Mensen met een lage opleiding en sociale status, en bijvoorbeeld mensen die nog maar kort in Nederland zijn, hebben de bescherming door de rechtsstaat het hardst nodig. Zij moeten de overheid en rechtsinstanties eenvoudig kunnen vinden. 

Voorlichtingscentrum ProDemos werd in 2010 opgericht en wordt gefinancierd vanuit VenJ. ProDemos legt de spelregels van democratie en rechtsstaat uit. Jaarlijks ontvangt het instituut in Den Haag 85.000 scholieren, ofwel 19 klassen per dag. ProDemos trekt met quizzen, rollenspellen en ander educatief materiaal ook het land door om niet alleen jongeren op scholen, maar ook mensen in de marge te bereiken. Dat laatste onder meer in samenwerking met Leger des Heils en Resto Van Harte.

Governance

Minder government, meer governance

Een complexer wordende wereld met hardnekkige en weerbarstige problemen vraagt om een multidisciplinaire aanpak. Om samenwerken in netwerken. Om een open relatie met veld en burgerorganisaties. Om meer gedeeld probleemeigenaarschap. Hoe maak je die beweging?

 

Elke werkdag worden er in Nederland gemiddeld dertig vechtscheidingen voor de rechter uitgevochten. En dat aantal neemt toe. Ze duren vaak jaren en zijn voor alle betrokkenen financieel en emotioneel slopend. Bij vechtscheidingen zijn jaarlijks ruim 5.000 kinderen betrokken. Zij hebben hebben vaak ernstig te lijden onder de strijd over gezag, omgang en verblijfplaats. Vechtscheidingen leggen ook een groot beslag op de rechtsspraak.
Wat kun je daaraan doen?

De Raad voor Rechtsbijstand bekostigt sinds begin 2015 een pilot bij de rechtbank Breda waarbij psychologen en orthopedagogen optreden als bijzonder curator bij vechtscheidingen. VenJ heeft daarvoor de regels tijdelijk aangepast. De bijzonder curator behartigt specifiek de belangen van het kind. De verwachting is dat gedragsdeskundigen dat beter kunnen dan advocaten, die tot nu toe werden benoemd tot bijzonder curator. 

De cijfers over 2015:

  • 36.000 echtscheidingsprocedures bij de rechter.
  • 5.200 ouders liggen in vechtscheiding.
  • 1.100 beschermingsonderzoeken voor kinderen met problemen.
  • 872 kinderen onder toezicht geplaatst (gezinsvoogd).
  • 3.200 ouders in hoger beroep.
  • 2.000 verwijzingen naar mediation. (bron: divorcechallenge.nl)

Als bijzonder curator maak je in opdracht van de rechter een diagnose van de gezinssituatie. Dat doe je op basis van gesprekken met alle betrokkenen. In je rapport beveel je vervolgstappen aan. Op basis daarvan schrijft de rechter een beschikking. Bijvoorbeeld dat het gezin contact moet zoeken met hulpinstellingen als Jeugdzorg of Kind in de Knel.

De pilot sluit aan bij ‘Divorce challenge’ – een programma waarmee VenJ samen met alle betrokkenen zoekt naar nieuwe oplossingen voor vechtscheidingen. Zo is er een platform - divorcechallenge.nl - dat bezoekers uitdaagt om goede ideeën aan te dragen die helpen vechtscheidingen te voorkomen. 

‘Het goede aan deze aanpak is dat je de gezinsleden in de diagnose betrekt’, vertelt bijzonder curator Liesbeth Klaver, orthopedagoog en filosoof, en deelnemer aan de pilot. ‘Ouders herkennen de patronen waarin ze verstrikt zijn geraakt. Ze worden zich bewust van de situatie van het kind. Daardoor kan de relatie verbeteren. Een vechtscheiding wordt zo soms omgebogen naar een vreedzame oplossing.’

VenJ wil af van de reflex om ‘alles zelf te doen’. Niet alleen als het gaat om het terugdringen van het aantal vechtscheidingen. Ook als het gaat om hoe vluchtelingen goed integreren in de samenleving. Of bij het aanpakken van parallelle samenlevingen, waarin hele families, wijken en generaties een crimineel en afgezonderd leven leiden.

Het zijn hardnekkige problemen en systemen die van VenJ een opener, meer coöperatieve en productieve relatie met het veld en de ‘civil society’ vragen. Het ministerie zoekt naar nieuwe spelers die goed aansluiten op nieuwe aandachtsgebieden. Dat betekent: anderen uitnodigen om (mede)probleemeigenaar te worden. Het exclusiviteitsdenken – ‘wij gaan hierover’ – loslaten. Minder government - topdown beleid voeren. Meer governance – samenwerken in netwerken.  

Platform Opnieuw Thuis is een samenwerkingsverband van het Rijk, VNG, IPO, COA en Aedes. Opnieuw Thuis ondersteunt gemeenten en corporaties met het huisvesten van vluchtelingen met een verblijfsvergunning.

 

VenJ werkt in het aanpakken van criminele parallelle werelden samen met gemeenten, Belastingdienst en FIOD.  

 

Dat heeft consequenties. Als beleid en uitvoering een kwestie worden van ‘co-productie’ en ‘co-creatie’, krijgen ook anderen (meer) invloed op het handelen van VenJ. Dat kan spanningen veroorzaken. Bijvoorbeeld in de hiërarchie die nodig is om goed te sturen en verantwoording af te leggen. Ook hebben het ministerie en organisaties in het VenJ-landschap nogal eens een bijzondere rol, die onafhankelijkheid, distantie of ‘controle’ vergt. De invloed van anderen toelaten kan daarmee strijdig zijn.

Voor VenJ betekent de ‘governance’-uitdaging dus ook dat het ministerie het ‘eigene’ van zijn rol en positie telkens opnieuw zal moeten ‘uitvinden’, zegt Martijn van der Steen, bijzonder hoogleraar en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

Van der Steen: ‘Daarvoor bestaat geen standaard recept. Er is geen lijst van onderwerpen die zich per definitie wel of niet lenen voor samenwerking met de samenleving. De verhouding tussen VenJ en de samenleving verschilt per onderwerp. Dus: stel het vraagstuk centraal en kijk dan welke ‘governance’ goed past. Eerst: wat speelt er? Vervolgens: wat zijn potentiële partners om gezamenlijk op te trekken. Of wie zijn er wellicht al bezig? En natuurlijk ook: welke voorkeuren hebben we zelf en wat zijn de politieke randvoorwaarden waarbinnen we bewegen?' 

Hij vervolgt: 'Daarna zoek je de verbinding. Niet met een bevel of verordening, maar door aan te sluiten bij de intrinsieke motivatie van anderen en te zoeken naar hoe je elkaar kunt versterken. Die beweging naar meer ‘governance’ is noodzakelijk, Enerzijds omdat de overheid het simpelweg niet meer allemaal zelf kan. Anderzijds omdat er enorm veel beweging is van onderop. Mensen willen zelf een rol spelen, maatschappelijk engagement omzetten in daden. En dat gebeurt in alle lagen van de bevolking. VenJ moet dus telkens de balans vinden tussen pragmatiek enerzijds, en regels, wetten, kaders en procedures anderzijds. De kernwaarden van VenJ verdwijnen daarmee niet - dat zou ook raar zijn. Wel vraagt ‘governance’ om nieuwe verbindingen met de samenleving, waarin die kernwaarden soms een andere invulling krijgen.’ 

Martijn van der Steen is adjunct-directeur van de NSOB en bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij onderzoekt overheidssturing in netwerken, toekomstgerichte beleidsontwikkeling, vernieuwing van het overheidsbestuur en de invloed van media en beeldvorming op het openbaar bestuur.

Smart

Van bureaucratie tot smart ministry

De wereld om ons heen wordt groter, sneller en grilliger. Big Data, het ‘internet of things', zelforganiserende gemeenschappen – we ontwikkelen ons naar een wereld waarin ‘smart’ de toon zet. Hoort daar dan ook een ‘smart ministry’ bij? En hoe geef je dat vorm?

Als de betrokkenen bij de nachtelijke vechtpartij voor de discotheek uit elkaar zijn gehaald en gekalmeerd, maken de agenten ter plekke met hun smartphones foto’s van het letsel en van de situatie. Terwijl de ene agent een gesproken verklaring van de aangever opneemt, neemt de andere de getuigenverklaring van de portier op. Identiteit en antecedenten worden vastgesteld met de scanner. Centraal wordt met deze informatie direct een digitaal dossier aangelegd. Op basis daarvan kan al worden besloten wat er met de verdachte moet gebeuren voordat deze goed en wel op het bureau is.

 

Het is nog toekomstmuziek. Maar wel van de nabije toekomst. Duizenden politieagenten experimenteren nu met het programma Mobiel Effectiever Op Straat (MEOS). Daarin staat de smartphone als nieuwe werkplek centraal. De winst? Dat informatie overal en altijd beschikbaar, compleet en automatisch herbruikbaar is voor vervolghandelingen. Bekeuringen kun je bijvoorbeeld direct uitschrijven en toesturen. Die digitale bon is pas de eerste stap in wat uiteindelijk een gedigitaliseerde strafrechtketen moet worden. Justitie en de rechterlijke macht zullen dezelfde slag maken als de politie.

‘Smart’ is een zogeheten ‘gamechanger’. Enorme hoeveelheden data en real time informatie komen beschikbaar. Onderdelen van het politie- en justitiewerk (kunnen) worden geautomatiseerd. Steeds meer organisaties en processen raken met elkaar verbonden. Het zijn krachtige instrumenten die maken dat VenJ vaak beter en sneller weet wat er gebeurt. En dus met meer precisie capaciteit kan inzetten waar en wanneer dat nodig is.

Maar ‘smart’ vraagt ook om grondige herbezinning op hóe je die instrumenten inzet. Daders opsporen kunnen we met aanzienlijk meer middelen dan voorheen – digitale camera’s, sensoren, drones. Daarmee kunnen we tegemoetgekomen aan de roep om veiligheid vanuit de samenleving. Maar hoe bescherm je in dat proces de burgerlijke vrijheden?

‘De overheid kan dankzij big data veel meer weten en die informatie benutten voor preventie’, zegt Arre Zuurmond, bestuurskundige en de Gemeentelijke Ombudsman van Amsterdam. ‘Maar de focus ligt nog te veel op repressie, op een papieren werkelijkheid en trage bureaucratie. Er is ontschotting tussen de verschillende diensten nodig om data slim te combineren. Vaak gebeurt dat niet onder verwijzing naar privacy. Maar de veelgehoorde suggestie dat je moet kiezen tussen veiligheid en vrijheid is een valse. Je kunt je niet vrij voelen in een onveilige omgeving. Veiligheid is een voorwaarde voor vrijheid. De overheid moet gewoon laten zien dat ze betrouwbaar is in de omgang met big data.’     

De disruptieve ‘smart technology’ werpt ook andere vragen op. Hele bedrijfssectoren, steden, zorg- en verkeerssystemen worden in hoog tempo smart. VenJ moet in die ontwikkeling mee. Maar VenJ moet ook op algemeen niveau kunnen overzien wat de gevolgen van de oprukkende technologische toepassingen zijn voor recht en veiligheid.

In een wereld die volop in ontwikkeling is, en waarin de nieuwste innovatie van vandaag, morgen alweer achterhaald kan blijken, is het lastig om te doorzien welke kant het op gaat. Welke technologie omarm je zelf? Waar zet je juist niet op in? Heb je voldoende visie en expertise in huis voor de juiste beslissingen op het juiste moment? Dat roept de vraag op of de huidige, bureaucratische organisatiestructuur van VenJ klaar is voor nieuwe technologische ontwikkelingen als blockchain, high tech-hacks, encryptie en big data.

Vraag 1

Op welk terrein moet VenJ gebruik gaan maken van nieuwe technologie? Welke problemen blijven nu nog liggen omdat VenJ niet smart genoeg is?

Vraag 2

Welke maatregelen zijn nodig om privacy te waarborgen, als we gebruik maken van technologische vooruitgang?

Vraag 3

Hoe organiseren we rechtsbescherming en rechtszekerheid het beste in de digitale wereld?

Arre Zuurmond is sinds 2013 de Ombudsman van metropool Amsterdam. Eerder was hij bijzonder hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Leiden en trok hij als wetenschappelijk directeur en medeoprichter van de Kafkabrigade ten strijde tegen onnodige bureaucratie. 

Veerkracht

Het goede voorbeeld geven

Bureaucratie en rechtsorde zorgen voor de stabiliteit van een goed functionerende samenleving. Maar ze worden steeds meer uitgedaagd door ingrijpende incidenten en verstoringen in een telkens versnellende samenleving. Dit raakt burgers. Hoe zorg je voor weerbaarheid en veerkracht in een instabiele leefwereld? 

De verhoudingen in de Nederlandse samenleving zijn losser en diverser geworden. Waarden- en normenpatronen botsen. De snelheid en massaliteit van digitale communicatie hebben een desoriënterend effect. Het publieke debat verloopt heftig en is doorspekt van extreme meningen en emoties. Angst speelt een grote rol – voor vreemdelingen, terroristische aanslagen, verlies van het eigene. Onze veerkracht verdient serieuze aandacht.

Maatschappelijke veerkracht en weerbaarheid zijn het vermogen je als samenleving aan te passen aan onverwachte en verstorende ontwikkelingen met veel impact. Het veronderstelt een stabiele kern. Het houdt in dat mensen ‘terugveren’ en dat de verstorende impact tijdelijk is.

 

'Over de Nederlandse veerkracht kun je verschillend denken’, zegt journalist Herman Vuijsje. ‘Kijk eens naar de grote instroom van migranten, de politieke moorden op Pim Fortuyn (2002) en Theo van Gogh (2004). Doemdenkers voorspelden dat we als land op drift zouden raken. Maar dat gebeurde niet. We hebben geen getto’s, we hebben geen racistische moorden, we hebben geen straatterreur. Niet dat er niks gebeurt, maar het kan veel erger. Over het algemeen reageren we beschaafd en verantwoordelijk op disrupties. We kankeren wel, maar daar volgt geen actie uit."

Vuijsje vervolgt: 'Maar er is ook een keerzijde. Onze overheid pakt niet echt door. Niet als verlichte dictators als Poetin en Erdogan hun tanden laten zien, of als Airbnb een stad als Amsterdam ontwricht. Wij Nederlanders kijken graag weg. In een wereld die steeds mondialer wordt, kun je dat niet volhouden. Je zult je fermer moeten opstellen. Meer zelfrespect en meer moed zou veel angst en onvrede wegnemen.’   

Is het niet bij uitstek aan VenJ om het goede voorbeeld te geven? Immers, als zich een ramp voltrekt of een ander ontwrichtend incident, is het de taak van VenJ om direct, voorspelbaar en flexibel te reageren. Eerst voorspelbaar. Dus: government - orde herstellen, opsporen, vervolgen, etc. Maar meteen ook flexibel. Dus: governance - samen met relevante publieke partners en zelforganiserende burgers het sociale weefsel herstellen.

Een foutloze en adequate uitvoering van onze taken - ‘operational excellence’ - is cruciaal. De steeds mondiger en beter geïnformeerde burger wil niet alleen serieus worden genomen in zijn relatie met de overheid. Hij verwacht dat die overheid ook uitstekend presteert. De VenJ-reactie op alledaagse criminaliteit als fietsendiefstallen, woninginbraken en ‘phishing’, is voor veel burgers bepalend. Is die reactie goed, dan zorgt dat voor vertrouwen, en daarmee stabiliteit, bestendigheid en rust in de samenleving.

Herman Vuijsje (1946) is een Nederlands socioloog en schrijver. Hij schrijft over de naoorlogse cultuurverschuivingen in Nederland.

Om te komen tot die uitstekende uitvoering, kunnen VenJ-organisaties leren van zogeheten ‘high reliability’-organisaties. Dat zijn complexe organisaties, zoals operatiekamers, vliegdekschepen en kerncentrales, die extreem hoge risico’s lopen en zich geen fouten kunnen veroorloven. Is het onze strategische uitdaging om een ‘high reliability’-omgeving te creëren voor onze VenJ-organisaties? Dat vereist bijbehorende wet- en regelgeving, aansturing, financiering en verantwoording. En vooral dat je de schotten tussen je organisaties weghaal. Dat je het eigen organisatiebelang niet centraal staat, maar de oplossing van het probleem.     

Voor VenJ kan veerkracht ook betekenen dat het belangrijk is om te beschikken over een groot aanpassingsvermogen. Misschien moet VenJ daarom een organisatie zijn van professionals die de ruimte en flexibiliteit hebben om maatwerk te leveren. En die soms onorthodoxe, maar verantwoorde en goed werkende, oplossingen weten te realiseren.

Vraag 1

Hoe staat het volgens jou met de weerbaarheid en veerkracht van onze samenleving? Kan je voorbeelden noemen waar we van kunnen leren. Wat ging er goed, wat kan beter?

Vraag 2

Wat kunnen we als samenleving doen om onze veerkracht te vergroten? Hoe maken we daarbij juist gebruik van de verschillen in de samenleving?

Vraag 3

Reageert VenJ snel en veerkrachtig genoeg op incidenten of kan dat beter? Wat kan de overheid leren van bedrijven die zich geen fouten kunnen veroorloven? 

‘High reliability’-organisaties hebben specifieke kenmerken. Zoals: - fouten (ook kleine) erkennen, herstellen en tot de bodem uitzoeken om ze zo te kunnen voorkomen; - niet simplificeren om het probleem maar opgelost te hebben maar de complexiteit onder ogen zien; - veerkracht cultiveren om zo snel mogelijk te herstellen; - jezelf permanent opnieuw kunnen uitvinden dankzij een hoog lerend vermogen.

Globalisering

Ver weg maar dichtbij

Grootschalige migratiestromen. Criminele netwerken die internationaal opereren. Problemen in fragiele staten ver weg. Ons werken aan recht en veiligheid kan al lang niet meer ophouden bij de landsgrenzen. We moeten in multinationale netwerken samenwerken. Wat betekent dat voor onze organisatie? En hoe en met wie werken we samen?

‘Erasmusbrug kleurt rood van de honderden Turkse vlaggen’, twitterde Radio Rijnmond op zaterdagmiddag 16 juli 2016. Een dag eerder was in Turkije een couppoging verijdeld. De demonstranten betuigden hun steun aan de Turkse democratie en president Erdogan. Sindsdien is het onrustig in Nederlands-Turkse kringen. 

 

Het is een voorbeeld van hoe in Nederland recht en veiligheid steeds meer verweven raken met wat elders in de wereld gebeurt. Spanningen in Turkije, of andere delen van de wereld, kunnen in zeer korte tijd leiden tot spanningen in Nederland. Dat kan weer bijdragen aan meer internationale spanning. Zo kan bijvoorbeeld de Turkijedeal weer onderwerp van discussie worden. Wat weer gevolgen zou kunen hebben voor het vluchtelingenvraagstuk in Nederland.   
Door de wereldwijde digitale communicatie en het sterk toegenomen internationale reisgedrag leven we in een netwerk van internationale afhankelijkheden. Ook speelt een rol dat steeds meer Nederlanders familie en kennissen in andere landen hebben waarmee ze verbonden zijn.   

We willen voorkomen dat spanningen in andere landen onze veiligheid en openbare orde verstoren. We zullen moeilijk grijpbare, internationale criminele netwerken moeten bestrijden die, dankzij de grenzeloze mogelijkheden van digitale communicatie, actief zijn in terrorisme, mensensmokkel, wapenhandel, drugs- en cybercriminaliteit. Hoe pak je dat aan?

Een manier is om juist daar waar die netwerken ontstaan en woekeren (vaak zogeheten 'fragiele staten'), te zorgen voor goede instituties. Functionerende rechtbanken, betaalbare advocaten, betrouwbare politie, toegankelijke procedures om geschillen op te lossen. VenJ helpt daaraan mee, samen met andere nationale organisaties en ‘non state actors’.

De ‘Turkije-deal’ werd in maart 2016 gesloten. De EU en Turkije spraken af dat Turkije vluchtelingen uit Griekenland zou terugnemen. Turken zouden binnenkort visumvrij naar Europa kunnen reizen en de onderhandelingen tussen Turkije en de EU over toetreding tot de EU worden versneld.

 

Zo’n non-state actor is HiiL, het in Den Haag gevestigde juridisch innovatie-instituut. HiiL wil op zo veel mogelijk plekken in de wereld toegang tot het recht realiseren. ‘Want juist dát brengt stabiliteit en vormt een belangrijk fundament voor welvaart’, zegt HiiL-CEO Sam Muller. ‘Ons uitgangspunt is de noden van burgers en hun organisaties. Wij doen als eerste stap onderzoek naar de zg ‘justice needs’ in landen. Een soort klantentevredenheidsonderzoek. In Jemen, waar we dat survey deden voor de oorlog uitbrak, bleek dat de meest voorkomende juridische problemen geschillen waren over consumentengoederen. Kort gezegd: telefoons, ijskasten en auto’s die het niet doen. Hiervoor konden mensen moeilijk recht halen. Maar dat was niet waar de juridische wereld zich op richtte. Je ziet uit die onderzoeken, die we ook deden in bijvoorbeeld Indonesië, Oeganda en Oekraïne, dat mensen daar moeten leven met relatief kleine, maar veel voorkomende onrechtvaardigheden in het leven. Heb je geen goede procedures voor dit soort geschillen, dan creëert dat, behalve instabiliteit, ook een enorme rem op economische groei. Wij geloven in innovatie als een manier om daar wat aan te doen. Niet van boven af het recht over mensen uitstorten, maar vanuit de noden van burgers, in slimme partnerships, innovatieve juridische procedures bedenken die echt helpen en duurzaam financierbaar zijn.’

Muller: ‘De rol van VenJ in dit soort innovaties is volgens mij drieledig. Ten eerste een agenda van prioriteiten stellen, voorzien van stippen op de horizon. Ten tweede, innovatieruimte creëren, o.a. door bij te dragen aan de financiële randvoorwaarden. Als laatste, goed de kwaliteit controleren van die innovaties.‘

Het is duidelijk dat een verkavelde overheid in de strijd voor internationaal recht en veiligheid aan het kortste eind trekt. We moeten institutionele barrières wegnemen. We moeten toe naar een wereld waarin fysieke veiligheid en cyberveiligheid niet meer onder verschillende diensten vallen. Waarin contraterrorisme en criminaliteitsbestrijding geen gescheiden terreinen meer zijn. En waarin landen toegang hebben tot elkaars rechtsstelsels om zo grensoverschrijdende geschillen op te lossen.

Elke aanpak, van bijvoorbeeld terroristische dreiging, vereist samenwerking op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Bij elke terroristische dreiging blijkt weer hoe belangrijk het delen van informatie is. Er zijn op deze terreinen nog werelden te winnen.

Ook economische globalisering leidt tot nieuwe opgaven. Wereldomspannende verdienmodellen zoals Uber en Airbnb zijn niet altijd eenvoudig in te passen in onze nationale economisch-juridische ordening. Hoe geef je hieraan voldoende ruimte en vermijd je tegelijk dat er een soort internationale enclaves ontstaan?

Vraag 1

Hoe kunnen overheid en samenleving samenwerken om te voorkomen dat conflicten buiten Nederland hier leiden tot polarisatie?

Vraag 2

Welke nationale problemen moeten we nu juist internationaal oplossen?

Vraag 3

 Wat moet de rol zijn van VenJ in onze globaliserende wereld? Kunnen we als VenJ actief de rechtsstaat helpen bouwen in zwakke staten elders in de wereld? Of moet het anders? 

Na een carrière bij onder meer de VN en het Internationaal Strafhof, en ervaringen in voormalig Joegoslavië, het Midden-Oosten en Oeganda, richtte jurist Sam Muller in 2005 HiiL op. Doel: op internationale schaal innovatie in het juridische domein bewerkstelligen die de menselijke waardigheid en de rechtvaardigheid voor iedereen bevordert. HiiL werkt samen overheden, internationale bedrijven en ngo’s. Muller is ook actief in het World Economic Forum.